Geschiedenis

Klassieke Olympische Spelen


Vanaf 776 ging de eerste olympiade van start. De wedstrijden werden in Olympia, een Griekse stad gehouden ter ere van Zeus, omdat de mensen wilden dat Griekse steden ophielden met elkaar oorlog te voeren.
Alleen Griekse mannen mochten aan de Olympische Spelen meedoen. Vrouwen mochten niet deelnemen en zelfs niet toekijken vanaf de tribune. Romeinen werden later ook toegelaten op de Spelen (het was eerst een feest voor Grieken)

Een olympiade is de periode van vier jaar tussen twee opeenvolgende Spelen in. Ook al konden er door omstandigheden niet altijd Spelen gehouden worden, toch ging de telling in olympiades door. In de 20e eeuw is het door twee wereldoorlogen niet mogelijk geweest om de Spelen in 1916, 1940 en 1944 te houden. In 2008 gaat in Beijing "olympiade XXIX "( de 29e ) van start.

Op de laatste dag van de spelen werden de prijzen uitgereikt. De prijs was geen medaille, maar dat waren kransen van takken gemaakt die uit de heilige olijfboom die in Olympia stond gemaakt. Dat was nog niet de enige prijs voor de winnaars. Ze hoefden geen belasting te betalen en konden zo zonder te betalen de schouwburg in.
394 Na Christus moesten de Spelen worden afgeschaft, omdat de deelnemers die prijzen maar al te mooi vonden, zodat ze elkaar gingen omkopen.
Sommige sporten werden ook veel te ruw gespeeld. Bij worstelen bijvoorbeeld: deze sport werd zo ruw gespeeld, dat de scheidsrechter de mannen uit elkaar moest halen met een knuppel. 

Moderne Olympische Spelen


Pierre de Coubertin, een Frans edelman, die geboren, die geboren was in 1863 en gestorven is in 1937, heeft de Olympische Spelen weer opgestart. Hij vond dat er meer lichamelijke opvoeding op scholen moest komen en dat er meer sportwedstrijden moesten worden gehouden.
Omdat de Franse regering er niks van wilde weten kwam De Coubertin op de volgende gedachten: als andere landen meer sportwedstrijden gaan houden, dan zal Frankrijk ook vast wel wat meer lichamelijke opvoeding (sport) gaan doen.
De Coubertin stelde zich dit voor: Een feest van schoonheid. Kracht en behendigheid. Een feest waar de jongeren over de hele wereld elkaar zouden ontmoeten en misschien zouden ze elkaar door die Spelen beter gaan begrijpen. Dit wordt de Olympische beweging of de Olympische gedachte genoemd.
Toen in 1894 De Coubertin 22 landen zo enthousiast had gemaakt met z’n gedachten had gemaakt, werd er besloten dat er in 1896 de eerst moderne Olympische Spelen zouden worden gehouden.

De Coubertin had 5 in elkaar gevlochten ringen gekozen als symbool voor de Spelen. De ringen staan voor 5 continenten: Europa, Afrika, Azië, Oceanië en Amerika.

De Olympische vlag werd officieel door het Internationaal Olympisch Comité ingevoerd in 1914; de eerste Olympische Spelen waar de vlag werd gehesen waren die van 1920 in Antwerpen. De vlag is een witte vlag met daarop vijf in elkaar grijpende ringen van verschillende kleuren (blauw, zwart, rood, geel en groen). De ringen betekenen dat er een verbond is tussen deze werelddelen. De kleuren zelf zijn geen symbool voor een werelddeel; ze zijn gekozen omdat elke vlag van een land minstens één van deze zes kleuren (wit inbegrepen) bevat. De ringen staan niet in volgorde zoals de continenten in werkelijkheid liggen.

De eerste moderne Spelen werden in Athene, de hoofdstad van Griekenland gehouden en er waren 9 onderdelen waar je aan mee kon doen: atletiek, schermen, zeilen, zwemmen, ruitersport, gymnastiek, schieten, roeien, wielrennen en tennis.
De Marathonloop hoort bij atletiek. Hiermee wordt een oude Griekse winnaar herdacht. Nadat Griekenland in 530 voor Christus een overwinning behaalde bij de plaats Marathon, stuurde de Griekse generaal Miltiades een boodschapper naar de mensen in Athene. Nadat de man die 42 kilometer in de hitte over slechte wegen had gerend het goede nieuws had verteld viel hij neer, dood.
In 1896 won de Griek Spyros Lones won diezelfde 42 kilometer van Marathon naar Athene. Hij wordt nu als de eerste held van de Marathon herdacht.

Deelnemers


Om mee te mogen doen aan de Olympische Spelen gold jarenlang nog een extra eis dat de deelnemer amateur moest zijn. De laatste jaren is men hier minder streng in. Topsport kost erg veel tijd. Het valt niet mee om naast de trainingen ook nog te werken. Toptennissers bijvoorbeeld verdienen veel geld. Daarom mochten zij nooit meedoen aan de Olympische Spelen. Pas sinds 1988 is tennis een olympische sport.

Alleen de aller sterkste mogen mee doen aan de Olympische Spelen. De beste worden uitgekozen en worden in de selectie gezet. De groep mensen die de sporters voor de Olympische Spelen aanwijst, heet het Olympische Comité. Elk land heeft zo’n comitë. Het Nederlandse Olympische comité (N.O.C.) is in 1912 opgericht. Ook de Sportbonden helpen bij het zoeken naar spelers. Elke soort sport heeft een Sportbond. 

» Klik hier voor informatie over de Nederlandse ploeg
 

Olympische Spelen 1928 in Amsterdam
 

Het eindelijk de beurt aan Nederland om de Olympische Spelen te organiseren. Dankzij een openbare inschrijving kon men in het zuiden van Amsterdam een stadion met ingebouwde wielerbaan voor 40.000 toeschouwers bouwen. In de onmiddellijke buurt werden het zwembad en andere Olympische installaties opgetrokken. Voor logies voor de atleten had men geen plannen gemaakt en zo moest men zich behelpen met de middelen die men ter beschikking had. De Amerikanen en de Italianen bleven logeren aan boord van de schepen die hen naar Amsterdam hadden gebracht. Voor het eerst sedert de oorlog was ook Duitsland weer van de partij. In totaal namen 3.014 atleten, onder wie 290 vrouwen, uit 46 landen deel aan de Spelen.

Paavo Nurmi was ook weer van de partij, maar dit keer veel minder dominant dan op de voorbije Olympische Spelen. Van de drie nummers waaraan hij deelnam won hij slechts nog één nummer en dat was de 10.000 meter op de openingsdag. In deze rechtstreekse finale versloeg hij zijn grote rivaal Ville Ri- to la.  Toch zal Nurmi altijd één van de groot- ste atleten van moderne Olympische Spelen blijven met 9 gouden- en drie zilveren medailles.

De Amerikaanse sporters waren nu nog minder in hun schik dan vier jaar eerder. Ze verloren  zowel de 100- als de 200 meter tegen de jonge Canadese student Percy Williams. Voor de eerste keer in de geschiedenis won een Afrikaan een gouden medaille. Het was de Marokaan El Ouafi die uitkwam voor Frankrijk. Ook de Japanners stonden in de belangstelling, Mikio Oda won de eerste titel voor Japan in het hink-stap-springen en Yoshiyuki Tsuruta zorgde in de 200 meter schoolslag voor de tweede gouden medaille. De Olympische Spelen waren nu mondiaal geworden, Argentinië was het toonaangevende land bij het boksen, Uruguay won de titel in het voetbal en India in het veldhockey.

Een van de opmerkelijkste prestaties op de Amsterdamse Spelen werd geleverd door Frantisek Ventura, een ruiter uit Tsjechoslowakijë. Hij won met zijn paard Elliot het spring toernooi zonder één strafpunt. Het duurde nog tot de Olympische Spelen van 1976 wanneer deze prestatie werd evenaard.

De oudste gouden medaillewinnaar van deze Olympische Spelen was Johann Anker, die evenals kroon- prins Olaf bemanningslid was op het Noorse 6 meter jacht. Johann Anker was toen 57 jaar en 44 dagen oud, wat een heel contrast was met de jongste winnaar de stuurman van de Zwitserse twee, Hans Bourquin die pas 14 jaar was. Bij de dames won de jongste, Elizabeth Robinson uit de Verenigde Staten, de 100 me- ter en de oudste winnares kwam uit Frankrijk, Virginie Hériot was 38 jaar en won bij het zeilen in de 8 meter klasse.

 

 ^top